Waterlands Archief - centrum voor regionaal historisch onderzoek

Beetser verhalen

Volksverhaal

Grietje Zwart: heilige of heks?
Tot ver in de 20e eeuw waren heel veel mensen min of meer bijgelovig, ook in de regio Waterland. Cornelis Bakker, huisarts te Broek in Waterland verzamelde tussen 1897 en 1916 volksverhalen uit zijn omgeving en deed ook onderzoek naar het geloof in heksen of kollen. Meestal bleken het oude, weerloze, in armoe levende vrouwen (vaak weduwen), die voor kol of heks aangezien werden. Bakker’s verhalen kwamen uiteindelijk terecht in de collectie van het Meertens Instituut te Amsterdam. Theo Meder publiceerde ze in het boek Vertelcultuur van Waterland en ze staan ook op de Volksverhalenbank van het Meertens Instituut: www.verhalenbank.nl. Onderstaande tekst gaat over Grietje Zwart: voor de één een vriend(in), voor de ander een vijand?

Grietje Zwart
Eén zo’n heks of kol was de op 3 januari 1799 in Purmerend geboren Grietje Zwart, ze overleed 3 mei 1881 in Beets. In de verhalen die Bakker heeft genoteerd wordt zij regelmatig genoemd. Grietje zal in haar tijd door sommigen symbolisch als ‘vriend’ en weer anderen als ‘vijand’ zijn beschouwd. Als ‘heilige’ of juist ‘heks’.....

Genezing
Grietje kon ook ‘belezen’ zonder aanraking, zonder dat de persoon het zelf wist. Oude Duivis van Zuidscharwou kwam krom en stijf aanloopen.
“Wie is dat?”, vroeg Griet.
“Wel, oude Duivis.”
“Wat scheelt hem?”, zei Griet.
“Wel, hij is krom van de rheumatiek.”
“Dat mag niet, voor den drommel”, zei Griet.
Ze ging in huis en een poos later zag mijn zegsman de oude Duivis al rechter en rechter loopen, en toen hij thuis kwam, was hij beter. Hij wist niet dat hij dit aan Griet te danken had.

Ziek maken
Grietje Zwart woonde naderhand in Beets waar zij als baker (ouderwetse benaming van ongeschoolde kraamverzorgster) de kost verdiende. Na bevallingen ging zij huis aan huis in Beets de betreffende geboorten ‘aanzeggen’ zoals heel lang gebruikelijk was. Alhoewel Grietje de oude Duivis van zijn rheumatiek zou hebben afgeholpen, zijn er ook andere, minder positieve verhalen over haar bekend. Zij werd er namelijk van beschuldigd kinderen ziek te maken:
“In de Beets was een vrouw, wier kind bekold was. De vrouw onderzocht het kussen. Daarin vond zij een harde kluit, juist in den vorm van een haan. Dien haan moest zij zonder vocht op het vuur zetten in een nieuwe pan tot de veeren verband waren. Den volgenden dag had Grietje Zwart een verbrand been”. Oftewel: Grietje Zwart had het gedaan.

Armlastige weduwe
Grietje Zwart past uitstekend in het beeld dat dokter Cornelis Bakker van een kol of heks schetste. Grietje Zwart trouwde met Almer Warder, in 1773 geboren in Beets. Zij werd ook wel Almers Grietje genoemd, naar haar echtgenoot. Het huwelijk, dat - voor zover nagegaan - kinderloos bleef, zal wellicht de reden zijn geweest van haar verhuizing naar Beets. Almer was een stuk ouder dan zijn vrouw en overleed in 1856. Grietje was toen weduwe en voorzag in haar levensonderhoud als baker. Een volgens sommigen enigszins mysterieus beroep met een soort macht over leven, dood en welzijn van kinderen. Maakte dat dat de mensen Grietje ervan beschuldigden kinderen ziek te kunnen maken?
Dat Grietje armlastig was blijkt uit het feit dat zij als bestedeling (op kosten van de liefdadigheid), inwoonde bij Dirk Zuidland (1831-1906) en zijn vrouw Grietje Edam (1831-1905). Diezelfde Dirk Zuidland deed aangifte van haar overlijden in 1881 zoals de akte vermeldt.

Bron: Verhalenbank van het Meertensinstituut

Terug naar Waterlandse verhalen