Waterlands Archief - centrum voor regionaal historisch onderzoek

Ilpendammer verhalen

Historische verhalen 

De pastoor van Ilpendam contra de koning van Hispanje
Het onderstaande verhaal speelt zich af in de beginfase van de 80-jarige oorlog (1568-1648), toen Nederland zijn onafhankelijkheid bevocht. Behalve om politieke en staatkundige  vrijheid ging het daarbij ook om de vrijheid van godsdienst. Maar hoe langer de oorlog duurde hoe meer de standpunten zich verhardden en hoe meer de vrijheidsstrijd ook het karakter van een godsdienstoorlog kreeg. Katholiek kwam tegenover protestant te staan en aan beide kanten kregen de radicalen (we zouden nu van fundamentalisten spreken) de overhand. Maar dat was aanvankelijk nog niet het geval, zoals uit het optreden van de katholieke pastoor van Ilpendam blijkt.

Waterland frontgebied
Voorjaar 1574. Het is oorlog in Waterland. Het leger van de gehate koning van Hispanje (die behalve Spaans koning ook Heer van de Nederlanden was) heeft de steden Amsterdam en Haarlem vast in handen en rukt vanuit het zuiden op. De dorpen Landsmeer, Ilpendam, Broek in Waterland, Zunderdorp en Zuiderwoude zijn al door Spaanse troepen ingenomen. Waterland lag er bij zoals alle oorlogsgebieden: platgebrande en door de inwoners geheel of gedeeltelijk verlaten dorpen.

Geloofsvervolgingen
Maar ten noorden van die dorpen waren de opstandige, door prins Willem van Oranje aangevoerde Hollanders niet van plan zich aan de Spanjaarden over te geven. Ze wisten wat dat zou betekenen: hogere belastingen, gehoorzaamheid aan de wetten en regels van de Spaanse koning en geloofsdwang. Want voor koning Filips II was er maar één kerk, de katholieke. Wie een andere godsdienstige overtuiging had werd als ‘ketter’ vervolgd. In zijn eigen land joden en moslims, in Nederland protestanten. Hun aantal nam in de 16de eeuw snel toe, ondanks dat ze vervolgd werden en ondanks dat nogal wat ketters hun leven op de brandstapel eindigden.

Zij aan zij
Die vervolging van mensen om hun geloof riep veel verzet op, ook onder de vele katholiek gebleven Nederlanders. Net als Willem van Oranje vonden ook zij dat iedereen vrij moest zijn om zijn eigen geloof te belijden. In de opstand tegen de Spaanse koning stonden katholieken en protestanten dan ook zij aan zij, zeker in de beginjaren. Zoals in Alkmaar, dat in 1573 een Spaans beleg afsloeg. De bevolking was daar toen nog grotendeels katholiek.

Gehate soldaten
En in het  dorp Ilpendam in Waterland zal dat niet anders zijn geweest. De Spaanse soldaten, die het dorp begin 1574 hadden bezet, hadden zich gehaat gemaakt. Er was geplunderd en ondanks dat de Spaanse troepen voor de katholieke zaak beweerden te strijden was de (katholieke) dorpskerk in vlammen opgegaan. En misschien wel niet alleen de dorpskerk. Bovendien zouden ze zich vergrepen hebben aan de huishoudster van de pastoor.  

De vijand van mijn vijand
Voor de pastoor was de maat vol. Die soldaten moesten het dorp uit. Hij riep de boeren van Ilpendam op om ze gewapenderhand te verdrijven. Maar boeren zijn natuurlijk geen soldaten en daarom riep de pastoor ook de hulp in van de geuzen, de meest militante vrijheidsstrijders, die een guerrilla-oorlog tegen de het Spaanse leger voerden. Dat die geuzen meestal ook felle protestanten (en anti-katholiek) waren vormde voor de pastoor kennelijk geen al te groot bezwaar. Want de vijand van mijn vijand is al gauw mijn vriend.

Pinksterdrie
Op Pinksterochtend 1574, om precies te zijn op 30 mei, begon het Spaanse leger een offensief tegen Purmerend, dat van twee kanten zou worden aangevallen. De ene aanval kwam vanuit Wormerveer, maar werd bij Wormer afgeslagen. De andere aanval vond plaats vanuit Ilpendam, maar werd bij Purmerend zelf afgeslagen door twee groepen geuzen, terwijl de Spanjaarden ook vanaf het water bestookt werden. In paniek vluchtten de aanvallers terug naar hun schans bij Ilpendam. Geuzenaanvoerder Diederick Sonoy gaf zijn mannen als beloning voor hun moedige optreden extra soldij én een extra vrije dag ná Pinksteren, die nog altijd als Pinksterdrie gevierd wordt.   

Afrekening bij Ilpendam
En als de Spaanse soldaten dachten in Ilpendam stand te kunnen houden dan vergisten ze zich. Want kort daarop gingen de met zeisen, bijlen, messen en boothaken gewapende Ilpendammers, samen met de te hulp geroepen geuzen, hen te lijf. Van de veertig man sterke Spaanse bezetting bleef niemand in leven. Oorlog maakt mensen wreed, ook als vrijheid en recht in hun vaandel geschreven staan.

Terug naar Waterlandse verhalen