Waterlands Archief - centrum voor regionaal historisch onderzoek

Katwouder verhalen

Persoonlijke herinneringen 

Het ijs van Honingh 

Het verhaal van het ijs van Honingh, zoals verteld door Jenny Tol-Honingh op een bijeenkomst van de historische vereniging in het dorpshuis te Katwoude, in mei 2012. 

Dat ik nu hier zit, is na lang aandringen, en ik ben gezwicht.
Is dit dan een stukje historie van Katwoude? Dan zeg ik nu ja, want het begint op de Lagedijk nummer 7, nu familie Roos.
In 1898 is onze vader, Willem Honingh, daar geboren. Zoon van Jacob Johannes Honingh en Antje Lammes. Een gezin van 6 jongens en 2 meisjes. Toen vader 8 jaar was overleed zijn vader. 

Onze moeder, Moeder Griet, is geboren in 1900 te Middelie, dochter van Willem Blackborn en Geertje Laan, dat was een gezin van 8 meisjes en 2 jongens. 

1916, Watersnood. Toen was vader 18 jaar en opgeroepen voor dijkbewaking. Er was toen ook nog eb en vloed, want de afsluitdijk kwam in 1932. Hij heeft het zien gebeuren, dat is nu de breek bij Van Westerloo. Pa kon daar wegkomen, en zo hard als hij kon naar huis. Zijn oudere broers waren al bezig om de koeien los te maken, die werden naar de Grote Kerk in Monnickendam gebracht. Later naar de Bijlmermeer.

Toen de eerste berichten kwamen van de ramp in Zeeland in 1953 zei hij: “ Griet, dat gaat niet goed, want het is nog springtij ook”.

Zij trouwden in 1919, beiden nog jong. De boerderij Hoogedijk 47, kwamen zij de eerste 4 jaar te wonen. Die was van een oom van mijn vader. Cor Lammes, neef van Pa, boerde daar toen al, hij trouwde met Lies Groot. Daar zijn Cor (op jonge leeftijd overleden), Jan, Barend en Trien Lammes geboren.

1923, Onze ouders vertrokken naar de Hoogedijk 61. Zij hadden het niet makkelijk, het was ploeteren, dat mag je gerust zeggen. Van zon op tot zon onder keihard werken. Turf steken in de Broekermeer, Monnikmeer enzovoort met een Van Gemen uit Monnickendam. ( is nu het bekende bedrijf Van Gemen.)

In de hooitijd maaien en hooien , (handwerk toen), bij de grote boeren.
In de herfst greppelen, sloten baggeren enzovoort enzovoort.

1925, Moeder ziek. Te lang doorgegaan na een moeilijke bevalling. Ze woog geen 100 pond meer, negen maanden plat. Van de dokter moest ze 20 kilo groeien, met de woorden erbij: “ anders ga je dood”. Dat kon er ook nog wel bij.

Nummer 61 was een klein boerderijtje. Een paar jaar later kwamen er vier koeien, met de hulp van toen nog de Boerenleenbank Dus er kwam melk, en als je dan denkt, het gaat wat worden, zo met alles bij elkaar.
Nou mooi niet! Ook toen sloeg de crisis toe! 2,5 ct voor de melk. Nou daar zat je dan weer, de huur en de bank moest wel worden betaald.

Melkjolletjes maken, rondom was waterrijk gebied, veel vaarland. Melkkarretjes op de wielen van afgedankte miltrailleurkarretjes uit de eerste wereldoorlog. Bruggen, groot en klein, schuren metselen, scharen en messen slijpen voor de slagers en de visboeren. En schaatsen slijpen, nou dat was wat, want timmerbedrijf Jaap Buys in Volendam deed dat ook! Die zette een advertentie in het Volendammertje, nu Nivo:

Schaatsen slijpen is een toer,
Dat gebeurt nu door een boer!
Mensen laat u schaatsen niet verknoeien,
Een boer hoort in stal bij zijn koeien.

Ok, dacht vader, dat kan ik ook, en ja hoor:

Schaatsen slijpen is geen toer
Dat kan zelfs de domste boer.
Hij haalt en brengt ze bij u thuis
En is goedkoper dan Jaap Buys!

Nou dat was wat, en reactie kwam. Dat ging een paar weken om en om door. 
Maar er ontstond een vriendschap, en de Nivo vaarde er wel bij.

Ik ga terug naar die melk van 2,5 ct. 
“Ik ga mijn eigen melk verkopen”. Maar ja hoe? Ook toen was er een warenwet. Voor die melkventerij moest er weer heel wat komen. Een opslag volgens de eisen. Ook een diepe put voor de koeling. Het kwam voor mekaar. Er kwam een hondenkar, met een grote sterke Sint Bernardhond er voor. De melkwijk kon beginnen. Na heen en weer gekibbel met de andere venters, werden de wijken alle rust onder elkaar verdeeld. Er bleef wel eens wat melk over, dat was een kleine ramp. Er kwam een bordje langs de weg: Melk, 5 cent per glas.

Er werd een tafeltje en 2 bankjes getimmerd, vier personen. Later nog eens een langere tafel, met 2 banken, 8 personen. Het ging goed met de melkwijk. Tot groot verdriet in huize Honingh, werd dat mooie lieve beest doodgereden. De auto’s in die tijd kon je op 1 hand tellen.

Weer een extra uitgave, er kwam een bakfiets. Dat melkventen begon in 1926. In 1943 moest pa stoppen op bevel van de toen geldende wetten.

Onze ouders kregen 7 kinderen, Wim, Annie, Geertje, Jaap, Jan, Jenny en Gretha. Allemaal zijn we hier (schooltje/dorpshuis van Katwoude) op school geweest. Drie meisjes zijn hier ook getrouwd.

Ik ga terug naar de melk per glas. Op een dag, een heer met auto, die had ook trek in een glas melk, maar ook in een praatje. Hij had een grossierderij voor allerlei zaken, ook voor ijs!! 
"U kan meer met uw melk. IJs maken. Ik lever alles wat u nodig hebt, en na een poosje kom ik kijken hoe het gaat”.

Het eerste ijsmachientje kon 5 liter ijs per maken, dat moest je met de hand draaien.
Het tweede ijsmachientje kon 10 liter ijs maken, nog steeds met de hand draaien.
Later kwam er een van 20 liter machine op een benzinemotor, daarna, nog steeds 20 liter op electra. Dat was in 1947 ongeveer, toen kwam hier electra.
Het ijs maken ging echt niet vanzelf. In de begintijd werd ijs gemaakt van melk en ijspoeder, dat moest gekookt worden. Dat gebeurde op een vierpits petroleumstelletje, en dat moest je blijven roeren tegen het aankoeken. Dan ging het in een roestvrijstalen bus met een trens. Dat ging in een houten kuip met grof ijs met vrieszout er om heen. Het grove ijs kwam van de firma Tuijp. Als je nu de ijsmachine ziet, dat is een sprookje. Het is gewoon een pronkjuweel!!

Het ging vanaf het begin prima met het ijs. Volendam had het snel in de gaten. Jaren heeft die firma Landt, (zo heette het bedrijf waarvoor die heer werkte die voor het eerste ijspoeder heeft gezorgd) alles wat nodig was geleverd.

1932, IJs van Honingh was geboren.

Maar ja, er moesten tafels en stoelen bij. Tafels was geen punt, timmerman Buys had hout genoeg. Een scharrelaar kwam langs, die had handel, 36 stoeltjes. Na handje klap, voor elkaar. Alles keurig in de verf, rood-wit. Dat is een begrip geworden.

Zus Annie en Geertje verkochten destijds ijsjes van 1- 2,5-5 en 10 guldencent. Een klein glaasje met ranja, 25 cent. Zus Gretha en ikzelf vanaf 5 cent tot een glas op voet 35 cent. Onze ouders zijn daar beiden oud geworden. Moeder in is 1984 overleden, 84 jaar. Vader overleed kerst 1994, oud 96 jaar.

Willem en Mariette meteen in het voorjaar 1995 begonnen, na heel, heel veel werk. De verkoop en ijsmakerij ging om. Hier kwamen twee containers voor in de plaats. De verkoop ging dus gelijk door, met prachtig weer op 5 mei. Na het seizoen containers verplaatst, als opslag voor het meubilair enz, uit hun verkochte woning in Volendam. En er werd hard gewerkt voor de nieuwe verkoop annex ijsmakerij. Na dat seizoen ging het huis/boerderijtje plat. Het eerste jaar woonden ze in een caravan. Niets mis mee, maar de winter was zo streng. Niet te doen. De tweede winter dito. Toen zijn ze bij mij ingetrokken voor de kerstdagen. Het jaar daarop, voor de kerst, was hun droom uitgekomen. Na kei- en keihard werken. Ze hebben er wat moois van gemaakt. En mag ik het zeggen? Ben zo trots als een pauw. IJs van Honingh, is dit jaar precies 80 jaar, 1932-2012.

Jenny Tol-Honingh 

Terug naar Waterlandse verhalen