Waterlands Archief - centrum voor regionaal historisch onderzoek

Purmer verhalen

Persoonlijke herinneringen 

Oorlogsverhalen van Aagje Lakeman-Hes 

Uit het oorlogsdagboek van mevrouw Aagje Lakeman – Hes, destijds woonachtig aan de Westerweg in de Purmer in de boerderij genaamd ‘Op goed Fortuyn’. Van haar dagboeken is met name van het gedeelte over de oorlogsjaren een transcriptie gemaakt en als tekstbestand door Jaap Lakeman (een neef van Aagje Lakeman-Hes) aan het Waterlands Archief geschonken. Een volledige print is in de collectie van het Waterlands Archief opgenomen. Hieronder volgen enkele fragmenten:

25 juni 1943

Roef is even naar Edam om aardappelen, groente en rookwerk. Er bleek geen groente te krijgen en geen nieuwe aardappels. Er was vanmorgen luchtalarm in Edam en Amsterdam; men kon het goed horen. De Engelse zender heeft gezegd dat alle fabrieken onder handen genomen zullen worden. Fokker staat in Edam. Angstig. We kunnen straks boter halen bij “de Verwachting”. Het heeft wel 4 weken geduurd. Ze denken zeker: die boeren redden zich wel. Buurman Hoogetoorn heeft de boter voor ons gehaald, hij moest er toch heen. Een vliegtuig is neergestort in de Beemster op een boerderij.

12 oktober

Ik ben vandaag naar Avenhorn geweest. Er waren erg veel vliegtuigen in de lucht. Het zag zwart van de mensen. Er waren er die waren aan het vissen naar appels die in het water lagen van ondergelopen land. Vies, uit dat stinkende water. Ook waren er verscheidene mensen die echt aan het vissen waren; er zat aardig wat in hun netten. Er liepen op Kwadijk 2 Amsterdamse jongens met een handkar, om wat eten natuurlijk, maar het was al half zeven, dus konden ze niet meer thuis komen voor 8 uur. Ze zullen op Kwadijk onderdak hebben moeten zoeken. Wat zullen die moeders ongerust zijn.

Rustenburg en Ursem zouden in de brand gestoken worden, omdat er moffen doodgestoken zijn op Rustenburg. Er is een auto van de illegale partij gevonden op een boerderij in de Schermer. De boer en zijn vader hebben ze doodgeschoten en de boerderij in brand gestoken. Ook was er munitie en wapens gevonden. Wat toch verschrikkelijk.

Ik heb nog vergeten op te schrijven dat op 10 oktober er parachutisten gedaald zijn met munitie en wapens. Bets heeft het goed kunnen zien, en zij heeft er ongeveer 30 gezien. Zij was naar haar zuster geweest en in het Kwadijkerlaantje zag zij de parachutisten in de verte. Later heb ik het ook gezien.

Wat leven we toch in een vreselijke tijd. Omdat er geen elektriciteit meer is, zitten de mensen bij een kaars of een klein oliepitje. De meeste mensen gaan daarom maar om kwart over acht of half negen naar bed. Er zijn mensen die elektrisch koken, zij zitten er het meeste mee. Sommigen hebben niet eens pannen meer en geen kachel. Mien redt het gelukkig wel met haar kachel; van een oude pan heeft zij een komfoor gemaakt. ‘t Is wat. Ik ben blij dat ik weer eens in Avenhorn ben geweest. Ik had toch zo’n verlangst.

Er is weinig nieuws op de radio. Vanmorgen hoorde Arie dat Aken in brand staat en de mensen die vluchtten werden doodgeschoten. Dus hun eigen volk doen ze het ook aan, net zo goed als ons. Wat erg. Wat zijn het toch rot moffen.

23 november 1944

Veel, heel veel mensen langs de weg, met karren met aardappelen. De vrouwen lopen er soms voor en de mannen er achter. En zo veel mensen aan de deur om eten. Ik heb al heel wat boterhammen uitgedeeld En Cor zo veel melk. De burgers krijgen in het geheel geen boter meer. Er is nu een bon uitgekomen voor ½ liter olie en er komt geen nieuwe bon dit jaar!!

Terug naar Waterlandse verhalen