Waterlands Archief - centrum voor regionaal historisch onderzoek

Verhaal uit Watergang

Volksverhaal 

Klein Patertje 

(Uit: Blikken in het verleden van Waterland, G. van Zeggelaar. Amsterdam 1902, p.157-158)

In de roeiboot te Watergang In dien tijd (in 1573, ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje) zou een Ilper inwoner, Klein Patertje geheeten, een schrikkelijk heldenfeit verricht hebben. Overste Tambergen wilde bezetting in Watergang leggen en zag geen kans ze er heen te krijgen. Juist lag Klein Patertje daar met zijn praampje in het riet. De soldaten grepen hem en brachten hem naar den Overste, die hem gelastte met zijn schuitje een aantal soldaten over te zetten. Weldra stapten drie soldaten in zijn praampje en Pater roeide er mee voort, tot hij een breede, diepe sloot insloeg, waar hij buiten het gezicht en gehoor van Tambergen was. Nu wierp hij onverwachts door geweldig hobbelen zijn schuitje om en de
zwaar gewapende Spanjolen zonken als lood naar beneden. Ondertusschen zwom Klein Patertje naar den oever, zijn
praampje voor zich uitduwende. Na het leeggehoosd en zijn bovenkleederen uitgewrongen te hebben, keerde onze waaghals naar Tambergen terug. Wel zag deze, dat hij druipnat was, doch wijl het juist regende, dat het goot, kreeg hij geen argwaan.
Andermaal stapten drie soldaten in, om op dezelfde plaats hun makkers te worden nagezonden. Nog zesmaal werd dit door Pater herhaald, waarna de Overste de bezetting van Watergang sterk genoeg achtte, zonder te weten, dat allen in de golven waren gesmoord. Vermelding verdient, dat deze sloot, waarin de vijand zijn graf vond, nog heden onder den naam van Patersloot bekend is.

Bron: Verhalenbank Meertensinstituut, ID DIVTX048
G. van Zeggelaar: Blikken in het verleden van Waterland. Amsterdam 1902, p.157-158

Terug naar Waterlandse verhalen