'De mooiste ster aan het firmament'  bevindt zich in het loterijboek uit 1703 in het archief van de Stad Monnickendam. Die mooiste ster wordt in één adem genoemd met onder andere ‘Le Roij’, ‘Klaes van Veen’ en de ‘Gesellen van Rosendaal’. Wat zijn dit voor wonderlijke namen? Het blijkt hier om zogenaamde lotspreuken of prosen te gaan. 

Loterijen waren in de 18e eeuw al immens populair. Bij een loterij kon iedereen één of meerdere loten kopen. Naam van de koper en lotnummer werden genoteerd in het loterijboek. In die tijd was het vrij gebruikelijk om niet in te schrijven onder de eigen naam,  maar onder een zogenoemde proos of lotspreuk: een spreuk of kort rijmpje.

Zo kon men de hoop uitdrukken dat het de inschrijver(s) geluk zou brengen: ‘Twee wijven hebben dit sonder haar mannen ingelijd, op hoop dat wat goets voor haar sal werden gewijd’.

Sommige spreuken of prosen drukken de hoop op winst uit: 't Is even veel wat op dit briefje staat, als 't fortuijn is gunstig en niet tegen staat'; andere verwijzen naar een eerdere deelname aan een loterij: ‘Met agt loten tot Purmerent hebben wij kvalijk gestaan, nu sullen wij sien of met vier tot Monikendam wat beter wil gaan’.

En soms lijkt het wel of de deelnemer op de versiertoer is, zoals ‘A la plus belle etoile du firmament’… 

Loterijen lieten hun sporen na in de archieven van meerdere steden en dorpen in ons werkgebied. Het was een geëigend middel om geld op te halen voor het 'goede doel'. De stad Edam organiseerde meerdere loterijen om geld bijeen te brengen voor de stad, die in armoede vervallen was. De opbrengst van een loterij in 1707 in Landsmeer van 250. 000 gulden was bestemd voor het herstel van kerk en pastorie en voor het onderhoud van de huiszittende armen. De kerk van Landsmeer was zwaar getroffen door de storm uit 1674 die het dorp en wijde omgeving had getroffen. 

Wat het doel was van de loterij die de magistraten van Monnickendam in 1703 uitschreven, is helaas onbekend, maar juist  dít loterijboek is een prachtig document.