Zoeken door alles
Zoeken door alles

Hoe Katwoude tóch niet zelfstandig bleef

Twee eeuwen samenwerking in de regio Waterland

Ruim twee eeuwen geleden telde de gemeente Waterland nog 22 zelfstandige gemeenten. In 1970 waren dat er nog 13 en op dit moment zijn het er nog zes. Misschien zijn het er over een paar jaar nog maar twee. De discussie over nieuwe herindelingen is in volle gang, maar dat is eigenlijk in de afgelopen twee eeuwen niet anders geweest...

Tijdens de laatste raadsvergadering van de gemeente Katwoude op 7 december 1990 stelde burgemeester Diederen dat Katwoude zich met recht tegen samenvoeging had kunnen verzetten. Hij beriep zich daarbij op een verkoopakte uit 1322 waarin Jan van Henegouwen een stuk bedijkt land gelegen tussen Monickendam en Zeevang genaamd Catwoude in eigendom overdraagt. Dit voorval toont de historische wortels die gemeenten in zich dragen. Katwoude zou per 1 januari 1991 echter opgaan in de huidige gemeente Waterland. Die gemeente verkent momenteel de mogelijkheden om te fuseren met omliggende gemeenten. Een goed moment om terug te kijken op twee eeuwen gemeentelijke samenwerking in Waterland.

Vóór de invoering van de Franse Gemeentewet van 1812 bestond de huidige regio Waterland uit een lappendeken van 22 gemeenten. Het uitgangspunt werd dat een gemeente minimaal 500 inwoners had. Daarmee werd het aantal gemeenten in de regio teruggebracht tot 13. Deze gemeentewet veroorzaakte daarmee de eerste gemeentelijke herindeling. Na het einde van de Franse overheersing in 1814 werd de situatie door het Herstelbesluit gemeentelijke indeling grotendeels teruggedraaid naar 19 gemeenten. Daarmee keerden drie gemeenten niet terug: Engewormer (29 inwoners verdeeld over 4 families bij Wormer), Zuiderwoude en Uitdam (191 inwoners bij Broek in Waterland) en Purmerland en Den Ilp (490 inwoners bij Ilpendam).

De gemeentewet van 1851 bepaalde vervolgens dat een gemeente minimaal 25 kiezers voor de gemeenteraad moest kunnen opleveren. Dat betekende dat weer twee gemeenten verdwenen: Etersheim (bij Oosthuizen) en Schardam (bij Beets). Ook Katwoude kon te weinig kiezers opleveren en de Provincie Noord-Holland overwoog om Katwoude en Monnickendam samen te voegen. Monnickendam had geen bezwaar tegen dit voorstel, maar Katwoude verzette zich hevig. Het bestuur antwoorde: Katwoude is een plattelandsgemeente, terwijl Monnickendam een stad is en hoge belastingen kent. En het stelde afscheiding van het gehucht Overleek van Monnickendam en toevoeging hiervan aan Katwoude voor! Gelukkig voor Katwoude kon het in 1852 al 27 leden op de kiezerslijst tellen waarmee deze tweede bedreiging van de zelfstandigheid goed afliep.

Behalve tussen Katwoude en Monnickendam was er ook vaak onmin tussen Volendam en Edam. Volendam behoorde tot de gemeente Edam en was toen nog kleiner dan de stad Edam. In 1892 richten twaalf ingezetenen van Volendam zich tot minister Tak van Poortvliet omdat de haven van Volendam niet werd verbeterd door de gemeente. Ze schrijven: “Help ons! Red ons!... Scheid Volendam van Edam af, en laat Volendam eene afzonderlijke en onafhankelijke burgerlijke gemeente worden … Scheid ons, Excellentie van Edam af; dan is die stad van het arme Volendam, die lastpost bevrijd … en het arme Volendam zal dan wel zien zich zelve te redden; want het vertrouwt zeer goed op eigen beenen te kunnen staan…”.

Een derde conflict speelde zich af tussen Beemster en Purmerend. Purmerend toont in 1919 ambitie met een voorstel met de veelzeggende naam “Nota betreffende vereeniging van de gemeenten Purmerend, Beemster, Oosthuizen, Warder, Kwadijk, Middelie, Ilpendam en Wijdewormer en toevoeging van gedeelten der gemeenten Edam en Monnickendam behoorende tot de Purmer”. Dit schoot de omliggende gemeenten in het verkeerde keelgat en werd beoordeeld als landhonger van Purmerend. Inwoners van Beemster kwamen bijeen in een protestvergadering. Daar werd een protestlied gezongen vrij naar De Vlaamse Leeuw, het volkslied van Vlaanderen (zie kader). Er volgde ook nog een Verweernota van de betrokken gemeenten. De burgemeester van Purmerend ging hierop op bezoek bij zijn collega in Beemster en nam daarbij een ‘devote houding’ aan volgens de overlevering.

In 1926 was het dan weer bonje in Edam. Burgemeester Kolfschoten stelde toen voor om Middelie en Kwadijk bij Edam te voegen en van Volendam een aparte gemeente, eventueel met Katwoude (!) erbij. Hij schrijft: “Het grootste voordeel, aan deze verlegging van gemeentegrenzen verbonden, acht ik wel dat hierdoor tot dezelfde gemeente zullen behoren ingezetenen, die wat volksaard betreft bij elkander behooren. Met Edam en Volendam is dat niet het geval…”. Lang gold Volendam als een wijk van Edam: wijk 7. Pas in 1975 werd een naamswijziging nodig geacht vanwege het aantal inwoners van Volendam.

In 1970 vindt de eerste grote gemeentelijk herindeling plaats in de regio Waterland. De gemeenten Beets, Kwadijk, Middelie, Oosthuizen en Warder worden samengevoegd tot de nieuwe gemeente Zeevang (tegenwoordig Edam-Volendam). Daarmee blijven 13 gemeenten over in Waterland. Katwoude houdt ondertussen dapper stand en in 1971 overnachten bijna alle inwoners in het Frommer Hotel bij Schiphol. In hetzelfde jaar komt overigens de meest vergaande vorm van samenwerking in de regio tot stand: het Intergemeentelijk Samenwerkingsorgaan Waterland (ISW). Het ISW groeide uit tot een gezamenlijke brandweer, gezondheidszorg, onderwijsbegeleiding, muziekschool en archiefdienst.

In 1974 komt de lang besproken fusie van de de gemeente Zaanstad tot stand uit een samenvoeging van Zaandam, Zaandijk, Assendelft, Koog aan de Zaan, Krommenie, Westzaan en Wormerveer. Minister Geersma wil ook Wormer opnemen in Zaanstad, maar de Tweede Kamer beslist anders en laat Wormer als buffergemeente tussen Zaanstad en Purmerend overeind. In 1982 verschijnt de Nota gemeentelijke herindeling Waterland. Katwoude acht ook deze herindeling niet noodzakelijk, maar in 1991 gaat tenslotte ook Katwoude op in de gemeente Waterland…

Door Roland Bisscheroux, directeur/archivaris van het Waterlands Archief.
Dit artikel is een weergave van de presentatie die hij op 16 april j.l. gaf in Monnickendam. Het verscheen ook in het NHD van zaterdag 11 mei j.l. onder de titel 'Over fusie, volksaard en verzet'.  
Het kaartje is van de hand van Jan Blokker.