Wanneer het tegenwoordig sneeuwt, komen strooiwagens en sneeuwschuivers in actie en verwerken landelijk miljoenen kilo’s strooizout om de wegen, waar noodzakelijk, zoveel mogelijk begaanbaar te maken en houden. Veel burgers laten zich ook niet onbetuigd en zorgen voor een schone stoep voor hun huis om het voetgangers, postbodes en pakjesbezorgers wat makkelijker te maken.
Eeuwenlang ging sneeuwruimen heel anders. Geen machines, geen zoutwagens — alleen spierkracht, eenvoudige gereedschappen en buren die samen de schouders eronder zetten. Tot ver in de twintigste eeuw was namelijk de houten sneeuwschop hét hulpmiddel om het erf, de stoep en de toegangswegen naar huis of stal sneeuwvrij te maken. Gezinnen begonnen de dag vaak met een schep in de hand, en soms moest het werk meerdere keren per dag worden herhaald. Vooral op boerderijen was dit hard nodig: sneeuw kon een gezin zomaar dagenlang afsluiten van de buitenwereld. Die situatie deed zich bijvoorbeeld voor in de strenge winters van 1929, 1940 en 1962-1963 toen het dagelijks leven regelmatig werd ontwricht vanwege extreem winterweer. Dat gold ook voor het openbaar vervoer, zoals deze NACO bus die strandde bij Monnickendam in laatstgenoemde winter.
Samen de winter trotseren
Met name in dorpen was sneeuwruimen een echte buurtactiviteit. Buren hielpen elkaar, dorpsstraten werden gezamenlijk vrijgemaakt en bruggetjes sneeuwvrij gehouden. Soms wees het lokale bestuur zelfs een groep mannen aan die verantwoordelijk was voor de hoofdwegen — een vroege vorm van de ‘winterdienst’. En misschien is dat laatste ook wel van toepassing op de openingsafbeelding van dit artikel, de mannen die de trambaan in de omgeving van Purmerend in de winter van 1940 sneeuwvrij maken. Het moet een zware klus zijn geweest, onder waarschijnlijk barre temperaturen. Met eenvoudige schoppen werpen de mannen sneeuwhopen langs de baan op, de tram op de achtergrond was mogelijk vast komen te zitten.
Gemeentelijke verordeningen
Steden hadden al vroeg een eigen aanpak. Gemeentewerkers trokken eropuit met sneeuwschoppen en paardenwagens. Men gebruikte lang geleden houten planken die achter paarden werden gespannen. Ze verwijderden de sneeuw niet, maar drukten hem plat, zodat karren, sleetjes en later ook fietsen erover konden rijden. Een simpele maar slimme oplossing die tot in de twintigste eeuw werd gebruikt.
Grote hoeveelheden sneeuw werden simpelweg in grachten en waterwegen gestort. Lang voordat strooizout zijn intrede deed, bestreed men gladheid met zand, fijn grind of zelfs as uit de kachel. Het werkte prima — maar gaf de straten wel een donkere, grauwe uitstraling. Toch was het een goedkope en effectieve manier om gladde wegen begaanbaar te houden.
In enkele gemeentearchieven zijn verordeningen te vinden met betrekking tot sneeuwruimen en gladheidsbestrijding. Bijvoorbeeld een verordening uit 1948 in het archief van de gemeente Warder. Tien artikelen van deze ‘Verordening tot het regelen van de persoonlijke diensten met betrekking tot het wegruimen van sneeuw en het bestrijden van gladheid op wegen’ maken duidelijk dat burgers ‘in het algemeen belang’ konden worden opgeroepen om te helpen bij het begaanbaar maken van wegen. Van deelname uitgesloten waren vrouwen, personen jonger dan zestien jaar, personen die er fysiek niet toe in staat waren, geestelijken, personen met een medisch beroep en personen, ‘die in het openbaar belang plichten hebben te vervullen, welke hen verhinderen zich van de diensten te kwijten’.
Sneeuw als voordeel
Sneeuw en ijs hadden ook voordelen. Bevroren grachten en besneeuwde wegen maakten transport soms juist makkelijker. Handelaren en postbezorgers gebruikten sleetjes en handkarren die soepel over het ijs en de sneeuw gleden. De winter bracht dus ook kansen. Een mooi voorbeeld hiervan is in onze beeldbank te vinden, namelijk een sledetransport over de Gouwzee. We zien een aantal mannen, onder wie Markers in klederdracht, die in vermoedelijk 1929 op drie sleden van alles en nog wat over de bevroren Gouwzee vervoeren richting Marken, dat toen nog een eiland was.
Sneeuwpret
Naast de lasten waren er de lusten van sneeuw, met name voor de jeugd. Zoals deze foto van een groep kinderen uit Wormer in 1918 voor café De Dam. Al was poseren in die tijd een serieuze zaak, toch zien we enkele blije snoetjes en een paar kinderen op duwsleetjes die vast genieten van de sneeuwpret, maar toch nog even de tijd hebben genomen voor de fotograaf, in de tijd dat ‘op de foto gaan’ best nog bijzonder was net zoals het nu bijzonder is als er een pak sneeuw ligt…