Conservering op locatie

Momenteel voert DP Conservation bij het Waterlands Archief op locatie restauratie- en conserveringswerkzaamheden aan archiefstukken uit. Door de behandeling worden beschadigde archiefstukken weer geschikt gemaakt om te raadplegen in de studiezaal en ook voor eventuele digitalisering. Het is heel interessant om papierrestaurator Yukina Uitenboogaart bezig te zien met haar werk. Een impressie:

 

Voor het versterken van de rand van een beschadigde bladzijde wordt een strook flinterdun Japans papier afgeknipt. Het papier is al voorgelijmd en wordt natgemaakt met waterspray. De strook wordt voorzichtig op de rand van de bladzijde gelegd en vastgedrukt met een zachte kwast. 

Het langwerpige zwarte kussentje drukt met zijn gewicht het papier vlak op de tafel. Met een piepklein elektrisch verwarmd strijkboutje wordt de strook Japans papier vastgedrukt aan de rand van de bladzijde. Het resultaat wordt gecontroleerd.

De rand van de aangelijmde strook wordt bijgeknipt, enigszins in contour met de beschadigde bladzijde. De pagina is klaar. Het proces kost enkele minuten tijd.

Tot halverwege de negentiende eeuw werd papier in West-Europa gemaakt van lompen: oud textiel van katoen en linnen werd in papiermolens tot pulp vermalen en tot papier verwerkt. Lompenpapier was van uitmuntende kwaliteit en was niet gevoelig voor verzuring, waar papier van houtpulp (dat na 1850 in gebruik kwam) last van had. Oude archiefstukken zijn in principe goed houdbaar, mits op de juiste manier bewaard: droog, donker en niet bereikbaar voor ongedierte. Dus niet op een lekkende zolder of bedompte kelder.

Veel archiefstukken zijn in het verleden helaas niet altijd op de juiste manier bewaard. Naast dat er gebruiksschade kan zijn opgetreden (scheuren, ezelsoren, vlekken), komen vraat door insecten en muizen of zogenaamde inktvraat vaak voor. Een zeer veel voorkomend probleem is echter vochtschade. Door een te vochtige omgeving kunnen de randen van de bladzijden verkleurd en vervilt zijn, waardoor er gemakkelijk stukken afbrokkelen. Hierdoor kan uiteindelijk de tekst onleesbaar worden of simpelweg verdwijnen. Eerstelijns conservering kan dit proces een halt toe roepen.

Traditioneel Japans papier, dat bij de conservering wordt gebruikt, wordt gemaakt van de bast van de moerbeiboom. Het is sterk en heeft lange vezels, maar is toch heel dun en doorzichtig. Ook al wordt er een laagje over de rand van het archiefstuk aangebracht, toch blijft de tekst goed leesbaar. De bladzijde kan nu weer - voorzichtig - worden omgeslagen zonder dat er nieuwe schade  ontstaat. De archiefstukken zijn weer geschikt voor raadpleging!